Gaan we van wetenschap over naar ‘Tweetenschap’ vraagt Robbert Dijkgraaf (NRC, 27 maart 2010) zich af.
Tweetenschap. Dijkgraaf bedoelt hiermee, in twitterish taalgebruik samengesteld (tweet en wetenschap): kennis ontwikkelen in een atmosfeer van hyperventilatie en kortademigheid.
Mooi gezegd. Deze betekenis zal vast veel bijval oogsten. Vooral bij degenen die met argusogen kijken naar sociale media en ‘Science 2.0′.
Met een beetje goede wil is het begrip ‘twee-tenschap’ ook anders te duiden. Zo geschreven lijkt het ineens meer te gaan over het delen van kennis dat leidt tot vermenigvuldiging. Twee betekenissen, twee effecten die gevolg zijn van dezelfde uitvinding, hypertext. Een uitvinding die qua onzichtbaarheid in aanvang en uiteindelijke maatschappelijke impact misschien wel vergelijkbaar is met die van electriciteit. Zie voorbeeld waarmee Dijkgraaf zijn column opent.
Bij innovatie blijft het beeld meestal leeg bij veel mensen, schrijft Dijkgraaf verder.
Ja logisch. Voor transformationele innovatie is immers een door hem zelf zo mooi uitgelegde blikwisseling noodzakelijk.
Hypertekst is zo’n transformationele innovatie. Dus om de impact ervan te kunnen waarnemen in de manier waarop kennis tot stand komt, is een blikwisseling conditio sine qua non.
Sommigen, ik denk dan aan mensen als Cameron Neylon (UK) en Dick Veerman (foodlog.nl) hier in Nederland, ervaren de dynamiek van ‘tweetenschap’ dagelijks. Om maar te zwijgen van megascienceprojecten zoals CERN.
Veel wetenschappers hebben diezelfde ervaring echter bij lange na nog niet. Afgelopen week kwam een twitterbericht bij Academicsnet binnen dat luidde: ‘Net iemand v Inst voor Cultuur en Geschiedenis bijgepraat over sociale media. Daar zitten mensen die niet eens e-mailen! Wow.‘ Waaruit maar weer blijkt dat de ervaringen met ‘Tweetenschap’ nogal uiteenlopen.
Gaan we naar Tweetenschap?
Als je het mij vraagt: ‘Ja zeker, nou en of! Mits er in toenemende mate sprake is van een blikwisseling op dit punt bij wetenschappers. De vraag is niet zozeer of Tweetenschap al of niet wenselijk is, wel hoe je verstandig zou kunnen anticiperen op de nieuwe dynamiek die ontstaat.
Wie daar dus nog niet aan toe is en liever wetenschappelijk alleen blijft gedijen bij stilte in tijd en ruimte mist straks de noodzakelijke omslag. Trends van diep naar breed, van specialisatiewetenschap naar een collectief ‘wisdom of SCIENCE crowds’ zetten onomkeerbaar door, denk ik.
Wie de omslag mist moet wel oppassen niet ingehaald te worden door de feiten, aldus hetzelfde NRC, dezelfde wetenschapspagina waar dit gelijk werd benoemd in een artikel over de universiteitsbibliotheek.
